Klachtenregeling

Klachtenregeling Mijnschool m.b.t. grensoverschrijdend gedrag en algemene klachten
In het document klachtenregeling is beschreven:
1.Het begrip grensoverschrijdend gedrag
2.De rol en taak van de contactpersoon, volgorde klachtbehandeling
3.Aangifte- en meldplicht
4.Klachtenregeling intern/extern?
5.Interne procedures algemene klachten

Ad 1. Grensoverschrijdend gedrag
Onder grensoverschrijdend gedrag wordt verstaan: seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering. Seksuele intimidatie: hieronder wordt verstaan: ongewenste seksueel getinte aandacht die tot uiting komt in verbaal, fysiek en non-verbaal gedrag, dat zowel opzettelijk als onopzettelijk kan zijn, en dat door degene die hiermee geconfronteerd wordt als onaangenaam wordt ervaren. Er is dan sprake van “grensoverschrijdend gedrag”. Bedoeld zijn seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering. Zowel leerlingen als medewerkers kunnen zowel dader als slachtoffer zijn. Op het moment dat er zich grensoverschrijdend gedrag voordoet, wordt van de school zorgvuldig handelen gevraagd. Een onderdeel daarvan vormt het klachtrecht m.b.t. seksuele intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag.
Contactpersonen Medewerkers van Mijnschool hebben als taak de klager m.b.t. grensoverschrijdend gedrag te begeleiden naar de externe vertrouwenspersoon. De contactpersonen houden zich niet inhoudelijk met de klacht of de afhandeling daarvan bezig. De rol en taak van de contactpersoon staat hieronder beschreven.

Ad 2. De rol en taak van contactpersoon bij grensoverschrijdend gedrag bestaat uit:
Taak 1. Oppakken van de klacht.
Leerlingen, hun ouders/verzorgers en medewerkers kunnen in het geval van een mogelijke klacht contact opnemen met de contactpersoon.
Taak 2. De contactpersoon; wijst de leerling, de ouder/verzorger of de medewerker op de Klachtenregeling van Mijnschool waarna de contactpersoon de volgende stappen zet.

brengt de leerling, de ouder/verzorger of de medewerker in geval van een klacht m.b.t. seksuele intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag, in contact met één van de leidinggevende, directie.

brengt de leerling, de ouder/verzorger of de medewerker in geval van een klacht m.b.t. seksuele intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag, in contact met de externe vertrouwenspersoon.
De contactpersoon is verplicht zijn leidinggevende/directie op de hoogte te stellen indien hij kennis neemt van een melding of klacht inzake grensoverschrijdend gedrag. De leidinggevende/directie informeert op zijn beurt het bevoegd gezag die de Vertrouwensinspecteur informeert.

Ad 3. Aangifteplicht en meldplicht
De wet voortgezet onderwijs legt een aangifteplicht op voor het bevoegd gezag bij vermoedens van seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie. Daarnaast is het bevoegd gezag en alle medewerkers een meldplicht opgelegd. Alleen zo kan worden bewerkstelligd dat het bevoegd gezag daadwerkelijk kennis krijgt van mogelijk schoolgerelateerd grensoverschrijdend gedrag. De aangifte- en meldplicht geldt bij vermoedens van zedenmisdrijven, gepleegd door een medewerker van de onderwijsinstelling. Daaronder vallen niet alleen personeelsleden, maar ook personen die buiten dienstverband werkzaamheden verrichten voor de school, zoals stagiairs, schoonmaakpersoneel, uitzendkrachten en vrijwilligers.
De wettelijke aangifteplicht en meldplicht is beperkt tot seksueel misbruik van leerlingen die op het moment van het misbruik jonger zijn dan achttien jaar. De grens is bij deze leeftijd gelegd omdat alle seksuele handelingen tussen leerkrachten en minderjarige leerlingen strafbaar zijn. Vrijwillige seksuele handelingen tussen meerderjarigen, dus ook tussen een leerkracht en een meerderjarige leerling, zijn niet strafbaar, maar arbeidsrechtelijk wel verwijtbaar.
Bij onvrijwillige seksuele handelingen worden meerderjarigen in staat geacht zelf de afweging te maken om wel of niet aangifte te doen. Het bevoegd gezag tolereert geen persoonlijke relaties tussen medewerkers en leerlingen, ook al zijn de leerlingen wettelijk meerderjarig. Uiteraard kunnen zij voor begeleiding of advies een beroep doen op een vertrouwenspersoon of een vertrouwensinspecteur. Er kan bij slachtoffers behoefte bestaan aan advies of steun, zonder dat de kwestie meteen in de openbaarheid komt. Daarom geldt de aangifteplicht niet voor vertrouwensinspecteurs. Zij zijn daarvan wettelijk vrijgesteld. Daarnaast zijn vertrouwensinspecteurs volgens de wet verplicht tot geheimhouding van wat hen door leerlingen, ouders of medewerkers van een school is toevertrouwd.

Meldplicht voor alle personeelsleden
De wet verplicht alle personeelsleden om het bevoegd gezag, onmiddellijk te informeren als zij – op welke manier dan ook – informatie krijgen of vermoedens hebben over een mogelijk zedenmisdrijf, gepleegd door een medewerker van de school jegens een leerling. Het personeelslid is ervoor verantwoordelijk dat de informatie het bevoegd gezag, bereikt. Meldt een personeelslid dergelijke informatie niet, dan kan hij worden aangesproken op het verzaken van zijn plichten als werknemer. Dit betekent dat het bevoegd gezag, disciplinaire maatregelen kan treffen.
De vertrouwenspersoon en meldplicht.
De externe vertrouwenspersoon (die niet tot het onderwijspersoneel behoort) heeft een geheimhoudingsplicht en geen meldplicht bij een vermoeden van strafbare feiten. Hij dient de klager wel te wijzen op de mogelijkheid van het doen van het indienen van een klacht en/of aangifte bij politie of justitie. Desgewenst verleent de vertrouwenspersoon bijstand bij het doen van aangifte. Daarnaast kan de vertrouwenspersoon de klager en diens ouders uitnodigen om de schoolleiding te informeren.

Aangifteplicht voor het bevoegd gezag
In de wet is vastgelegd welke procedure het bevoegd gezag moet volgen als het op enigerlei wijze informatie krijgt over een vermeend zedendelict, gepleegd door een medewerker van de school jegens een minderjarige leerling (vermoeden van een strafbaar feit). In alle gevallen verplicht de wet het bevoegd gezag om onmiddellijk met de vertrouwensinspecteur in overleg te treden. Dit overleg heeft tot doel om een antwoord te vinden op de vraag of er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit. Onder het begrip redelijk vermoeden wordt verstaan dat elk redelijk denkend persoon tot eenzelfde oordeel zou komen als hij kennis had van dezelfde feiten en omstandigheden. Is de conclusie van het overleg dat er sprake is van een redelijk vermoeden, dan doet het bevoegd gezag direct aangifte bij politie of justitie. Vooraf stelt het bevoegd gezag de aangeklaagde en de ouders van de klager op de hoogte. Mogelijke bedenkingen van betrokken ouders en leerlingen ontslaat het bevoegd gezag niet van de verplichting tot het doen van aangifte. De wet stelt in dit geval het algemeen belang boven dat van individuele betrokkenen. Voorop staat dat een herhaling van het seksueel misbruik wordt voorkomen.

Ad 4. Klachtenregeling Intern/ extern?
Voor het indienen van klachten dan wel het maken van bezwaar tegen beslissingen, geldt een aantal procedures. Uitgangspunt is dat alle klachten m.u.v. klachten m.b.t. seksuele intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag op de locatie behandeld kunnen worden. De directeur neemt de klachten en meldingen in behandeling met een grensoverschrijdend karakter. Waar deze behandeling niet volstaat naar het oordeel van de klager, bestaat voor een aantal categorieën van klachten een voorgeschreven externe klachtenprocedure en een algemeen klachtrecht bij de klachtencommissie van Verus, vereniging voor christelijk onderwijs.

Ad 5. Interne procedures algemene klachten
a. Klachtrecht binnen onderwijseenheid
Klachten – van welke aard ook – van leerlingen, ouders en personeelsleden kunnen mondeling of schriftelijk worden ingediend bij de betreffende teamleider/ afdelingsleider. Indien de behandeling van de klacht naar het oordeel van de klager niet volstaat, kan de klacht schriftelijk worden ingediend bij de betreffende directeur. Binnen de betreffende onderwijseenheid worden de klachten zo goed en zo snel mogelijk behandeld, waarbij zo nodig alle betrokkenen worden gehoord.

b. Klachtrecht bij directeur . Indien de behandeling van de klacht door de betreffende directeur naar het oordeel van de klager niet volstaat, kan de klacht schriftelijk worden ingediend bij de bestuurder. Deze behandelt de klacht zo spoedig mogelijk, waarbij de betrokkenen gehoord worden en neemt een besluit.
c. Klachtrecht bij bestuur. T.a.v. alle door de bestuurder genomen besluiten kan door belanghebbende personeelsleden, leerlingen en ouders een klacht worden ingediend bij een landelijke externe klachtencommissie.
Klachtrecht m.b.t. seksuele intimidatie/ grensoverschrijdend gedrag
Klachten betreffende seksuele intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag kunnen rechtstreeks of via de contactpersonen worden ingediend bij de vertrouwenspersonen.
De contactpersonen op Mijnschool zijn: mevr. H.Jansma en dhr. A. Thomassen.

Copyright 2020 MijnSchool